paars

Het “Rotjen”

Werd opgetrokken in de loop van 1657-’58; de bouw ervan zorgde meteen voor de grootste wijziging van het Eeklose stadsbeeld in de 17de eeuw.

Op 15 februari 1656 gaf de Bisschop van Brugge de principiële toestemming om een deel van het kerkhof, dat toen rondom de kerk lag, af te staan
waer huusunghen lancx de voornoemde maerct sullen worden getimmert tot het gerief van het ghemeente”.

De verordeningen werden onder het Ancien Régime duidelijk keurig nageleefd, want pas in het begin van de 19de eeuw werden de eerste herbergen in het “Rotjen” aangetroffen.
Charles Bosman was waarschijnlijk niet de eerste herbergier die in het “Rotjen” achter de tapkast ging staan, maar zeker hoorde hij bij de vroegsten, toen hij op 1 mei “De Rups” opende.

Van 1830 af namen de nieuwe herbergen een hoge vlucht. Pieter Moorgat opende “De Vlasmarkt”, Antoine Tulpinck was tapper in “Het Vliegende Peerd” en in “Bacchus”, Philibert van Hecke exploiteerde het “Café de la Bource” en Francis Boute “In den Cuirassier”. In de jaren dertig waren er nog altijd vijf herbergen gevestigd.
Van links naar rechts, de “Staminee” van Aloise Van den Bulcke-Gabriël, het “Damberd”,
De “Halve Maan”, het “Café van “coiffeur” Theopille van den Bossche en “Het Gulden Vlies”.

De afwezigheid van een herberg in het “Rotjen” is voor een Eeklonaar werkelijk ondenkbaar geworden, en daarom heeft vandaag, vijftig jaar later, het “Rotjen” nog niets van zijn traditie verloren.

Nog altijd kan men er dagelijks terecht in “t’Voutje, t’Binnenhof en “t’Kabouterke”.

geschiedenis foto1

 


Welkom op onze website!

 

Geschiedenis